Van eenmanszaak naar bv, wanneer die stap klopt
Waar het omslagpunt van eenmanszaak naar bv werkelijk van afhangt, welke twee inbrengroutes er zijn met welke datums, en wat er in het overgangsjaar misgaat.
Het bedrag waarboven een bv voordelig wordt, bestaat niet. Wat wel bestaat, is een vergelijking van percentages en een aantal voorwaarden waaraan je moet voldoen om er iets aan te hebben. De percentages voor 2026 staan hieronder, met de aftrekposten en de tariefsaanpassing erin verwerkt.
| Wat er in 2026 over de winst wordt betaald | Ongeveer |
|---|---|
| Eenmanszaak, winst in de hoogste schijf, na de mkb-winstvrijstelling van 12,7% | 44,7% |
| Bv, winst tot 200.000 euro, daarna als dividend in de eerste box 2-schijf naar privé | 38,8% |
| Bv, winst boven 200.000 euro, daarna als dividend boven de eerste box 2-schijf | 48,8% |
Winst in de bv wordt eerst met 19 procent vennootschapsbelasting belast tot 200.000 euro en met 25,8 procent daarboven. Haal je die winst als dividend naar privé, dan komt daar 24,5 procent box 2-heffing bij tot een box 2-inkomen van 68.843 euro en 31 procent over het deel daarboven. Bij een eenmanszaak betaal je in de hoogste box 1-schijf 49,50 procent, waarvan de mkb-winstvrijstelling ongeveer vijf procentpunten afhaalt. Het voordeel van die vrijstelling en van de ondernemersaftrek wordt in 2026 berekend tegen 37,56 procent en niet tegen je eigen toptarief, en dat is in de 44,7 procent al verwerkt. De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en de premies staan er niet in, want die lopen bij een eenmanszaak en bij een dga anders.
Waarom dat lagere percentage vaak niet bij je terechtkomt
Die 38,8 procent geldt alleen voor winst die eerst een tijd in de bv blijft staan. Zolang je alles er meteen weer uithaalt, betaal je de volle route en ben je uitgekomen op iets wat op je oude belastingdruk lijkt, met een jaarrekening, een deponering en een tweede aangifte erbij.
De bodem daaronder is je gebruikelijk loon. Dat is in 2026 minimaal 58.000 euro, en het is hoger zodra iemand in je vennootschap of in een verbonden vennootschap meer verdient of zodra een vergelijkbare functie meer oplevert. Bij een winst van 90.000 euro gaat er dus eerst 58.000 euro als loon door box 1, blijft er ongeveer 32.000 euro over als winst van de bv, en is de vraag of je die 32.000 euro werkelijk kunt laten staan. Kun je dat niet, omdat je het privé nodig hebt, dan levert de bv fiscaal niets op. Hoe je dat loon vaststelt en onderbouwt, staat in het stuk over het gebruikelijk loon van de dga.
Het omslagpunt hangt dus niet aan je winst maar aan het verschil tussen je winst en wat je privé opneemt. Dat is een gegeven dat je zelf kent en dat een rekentool op internet niet heeft.
Het argument van de aftrekposten is bijna weg
Jaren lang was de zelfstandigenaftrek het zwaarste argument om bij een eenmanszaak te blijven. Die aftrek is in 2026 nog 1.200 euro en gaat in 2027 naar 900 euro, en dat is het eindpunt van de afbouw. Wat er nog wel staat, is de startersaftrek van 2.123 euro in 2026 voor wie in de vijf voorafgaande jaren niet meer dan twee keer zelfstandigenaftrek heeft toegepast, en de mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent. Voor beide geldt dat het voordeel tegen 37,56 procent wordt berekend.
Wie een stuk over deze keuze leest dat nog uitgaat van een zelfstandigenaftrek van drie- of vierduizend euro, leest een stuk van vóór 2024. Dat is er veel, en het is de meest voorkomende rekenfout in dit onderwerp.
Eén ding werkt de andere kant op en dat wordt zelden genoemd. Verlies in een eenmanszaak kun je verrekenen met je overige box 1-inkomen, bijvoorbeeld het loon van een partner in hetzelfde huishouden of je eigen loon uit een dienstverband. Verlies in een bv blijft in de bv en wacht op toekomstige winst. Voor een onderneming die de eerste jaren nog verlies maakt, is dat een reden om te wachten.
De redenen die niets met belasting te maken hebben
Aansprakelijkheid is de meest genoemde en de minst begrepen. Een bv scheidt het vermogen van de onderneming van jouw privévermogen, en die scheiding houdt op zodra je persoonlijk meetekent voor een krediet of een huurcontract, en zodra er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Voor een onderneming met voorraad, personeel of langlopende verplichtingen is die scheiding echt iets waard.
Verder zijn er drie redenen die in de praktijk vaker het besluit bepalen dan de percentages. Een opdrachtgever die alleen met een bv contracteert, wat in de zorg en bij grotere organisaties regelmatig voorkomt. Een tweede persoon die mee gaat ondernemen, want aandelen zijn deelbaar en een eenmanszaak niet. En het uitzicht op een verkoop, want een onderneming in een bv is overdraagbaar en een eenmanszaak wordt gestaakt. Of daar een holding bij hoort, staat in het stuk over een holding boven je bv.
De twee routes, met de datums die eraan hangen
Fiscaal zijn er twee manieren om je onderneming in de bv te krijgen. De keuze daartussen bepaalt of je nu afrekent of later, en zij hebben elk hun eigen termijn.
| Ruisende inbreng | Geruisloze omzetting | |
|---|---|---|
| Wat er gebeurt | Je draagt de onderneming over tegen de werkelijke waarde | De bv gaat verder met dezelfde boekwaarden |
| Afrekening in de inkomstenbelasting | Direct, over de stakingswinst | Geen afrekening, de belastingclaim gaat mee naar de bv |
| Terugwerkende kracht naar 1 januari | Intentieverklaring vóór 1 april registreren, oprichten tot 1 oktober | Intentieverklaring vóór 1 oktober registreren, oprichten tot 1 april van het volgende jaar |
| Aandelen verkopen | Meteen mogelijk | De eerste drie jaar niet |
| Wanneer het past | Bij een lage stakingswinst, of als je de afrekening kunt opvangen | Bij een hoge goodwill of stille reserve |
Bij een ruisende inbreng heb je de stakingsaftrek van 3.630 euro in 2026 en de mogelijkheid om de stakingswinst om te zetten in een lijfrente.
De datums in die tabel zijn harde datums. Een intentieverklaring die op 3 oktober wordt geregistreerd, levert geen terugwerkende kracht naar 1 januari meer op, en dan schuift de omzetting naar het volgende boekjaar of naar de datum van registratie. Dat is de enige fout in dit onderwerp die je niet meer kunt herstellen.
Wat er in het overgangsjaar misgaat
Er wordt gefactureerd op naam van een bv die nog niet bestaat. In de periode tussen het overgangstijdstip en de notariële oprichting handel je namens een bv in oprichting. Die rechtshandelingen moeten na de oprichting en na de eerste inschrijving in het handelsregister worden bekrachtigd. Gebeurt dat niet, dan blijf jij zelf hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen. Gebeurt het te vroeg, dus vóór die inschrijving, dan komt de bestuurder er naast de bv hoofdelijk bij te staan.
Het dga-loon wordt over het hele jaar berekend. In de voorperiode, dus vóór de notariële oprichting, is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing. De Belastingdienst heeft dat in 2026 nog eens vastgelegd in een kennisgroepstandpunt. Het gebruikelijk loon gaat lopen vanaf de oprichting, en het bedrag van 58.000 euro wordt dan naar tijdsgelang bepaald.
De eenmanszaak blijft ingeschreven staan. Er zijn dan twee ondernemingen, twee btw-nummers en twee sets facturen, en de vraag welke omzet waar hoort te staan is achteraf nauwelijks te beantwoorden. De bv krijgt een eigen btw-nummer en is voor de btw een nieuwe ondernemer, dus als je de kleineondernemersregeling had, begint die vraag opnieuw.
Het personeel wordt opnieuw aangenomen. Dat hoeft niet en het is onjuist. Het inbrengen van je onderneming in een bv is een overgang van onderneming, en je medewerkers gaan van rechtswege mee met hun bestaande arbeidsvoorwaarden en hun opgebouwde rechten. Wat er wel moet gebeuren, is de aanmelding van de bv als werkgever bij de Belastingdienst en de overzetting van de aanmelding bij het pensioenfonds.
Het pand wordt vergeten. Draag je een bedrijfspand over aan de bv, dan is er overdrachtsbelasting verschuldigd, in 2026 10,4 procent voor een niet-woning. Houd je het pand privé en verhuur je het aan je eigen bv, dan valt de huur in box 1 onder de terbeschikkingstellingsregeling, met een vrijstelling van 12 procent van het resultaat. Beide routes zijn verdedigbaar en ze kosten allebei geld, en dat is een gesprek dat vóór de akte hoort en niet erna.
De voorlopige aanslag loopt door op de oude cijfers. Je voorlopige aanslag inkomstenbelasting staat op winst uit onderneming die er dat jaar niet meer is, en er is nog geen voorlopige aanslag vennootschapsbelasting voor de nieuwe bv. Beide zijn in hetzelfde gesprek bij te stellen.
Nog één ding dat pas een jaar later opvalt. Heb je in de laatste vijf jaar investeringsaftrek geclaimd op bedrijfsmiddelen die je nu overdraagt, dan kan er een desinvesteringsbijtelling volgen. Dat is een bedrag dat in de berekening hoort te staan.
Wat wij doen
Wij zetten voor het besluit twee jaren naast elkaar met de werkelijke cijfers, dus je winst, wat je privé opneemt en wat er in de vennootschap zou blijven staan. Daaruit volgt of de stap iets oplevert, en zo ja vanaf welk jaar. Daarna kiezen wij de route en de datum, laten wij de intentieverklaring op tijd registreren en stemmen wij de oprichting af met de notaris. Wat er daarna elk jaar bij komt aan jaarrekening, aangiften en loonadministratie, staat op de pagina over een bv met een holding.
Wat wij niet doen, is de stap adviseren omdat een bv beter klinkt. Bij een winst die vrijwel volledig privé nodig is, blijft de eenmanszaak het goedkoopste antwoord, ook in 2026.