Dividend uitkeren uit je bv, wat er eerst moet gebeuren
Welke twee tests en welk besluit er vooraf moeten gaan aan een dividenduitkering, en wat je daarna moet aangeven en betalen.
Een dividenduitkering is geen boeking. Het is een besluit van de algemene vergadering dat pas gevolg heeft nadat het bestuur het heeft goedgekeurd, en die goedkeuring mag het bestuur alleen geven als het twee dingen heeft vastgesteld. Wie die volgorde omdraait en het geld eerst opneemt, loopt een risico dat niet in de administratie zit maar op de bestuurder zelf.
De twee tests
De balanstest. Je mag niet uitkeren voor zover het eigen vermogen daardoor kleiner wordt dan de wettelijke en statutaire reserves. Dit is de eenvoudige van de twee, want hij is uit de jaarrekening af te lezen. Let op dat het gaat om het eigen vermogen op het moment van de uitkering en niet om dat van de laatste jaarrekening. Ben je een half jaar verder en heb je in dat half jaar verlies gemaakt, dan is de laatste jaarrekening geen antwoord meer op de vraag.
De uitkeringstest. Het bestuur weigert zijn goedkeuring als het weet, of redelijkerwijs behoort te voorzien, dat de vennootschap na de uitkering niet kan blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Deze test gaat dus niet over vermogen maar over liquiditeit, en hij kijkt vooruit. In de praktijk wordt daarbij ongeveer een jaar vooruit gekeken, en dat is een gewoonte en geen wettelijke termijn.
De uitkeringstest is de test die wordt overgeslagen, en het is de enige van de twee met persoonlijke gevolgen. Blijkt na een uitkering dat de vennootschap haar schulden niet kan betalen, dan zijn bestuurders die dat wisten of behoorden te voorzien hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan, met rente. En de aandeelhouder die de uitkering heeft ontvangen terwijl hij dat wist of behoorde te voorzien, is aansprakelijk tot ten hoogste het bedrag dat hij heeft ontvangen. Bij een bv met één dga is dat dezelfde persoon in beide rollen.
Waar de uitkeringstest in de praktijk op strandt: er is een belastingschuld over het lopende jaar die nog niet is opgelegd, er staat een aflossingsverplichting op een lening, of er is een langlopend huurcontract. Die drie staan geen van drieën als opeisbare schuld op de balans op het moment dat je kijkt, en ze komen er alle drie aan.
Wat je vastlegt, en in welke volgorde
- Een tussentijdse vermogensopstelling, met de datum erbij. Zonder actueel cijfer kun je de balanstest niet doen.
- Een liquiditeitsprognose voor de komende twaalf maanden, inclusief de belastingen die nog moeten worden betaald over het lopende jaar.
- Het besluit van de algemene vergadering tot uitkering, met het bedrag en de datum.
- De goedkeuring van het bestuur, schriftelijk, met de vaststelling dat beide tests zijn gedaan en wat daaruit kwam.
- De verwerking in de administratie, en de betaling.
- De aangifte dividendbelasting.
Punt vier is het punt dat ontbreekt in vrijwel elk dossier dat wij bij een overstap overnemen. Er is dan een boeking, soms een besluit van de aandeelhouder, en geen enkele vastlegging van de overweging van het bestuur. Achteraf een document maken helpt niet, want de vraag is wat het bestuur wist op het moment van de uitkering.
Wat je betaalt, met de tarieven van 2026
De bv houdt 15 procent dividendbelasting in op het uitgekeerde bedrag. De aangifte dividendbelasting doe je binnen een maand na de dag waarop je het dividend ter beschikking hebt gesteld, en binnen diezelfde maand moet het bedrag betaald zijn. Dat is een eigen aangifte, los van de aangifte vennootschapsbelasting en los van de btw-aangifte, en dat is de reden dat hij zo vaak wordt vergeten.
Vervolgens geef je het dividend aan in box 2 van je aangifte inkomstenbelasting. In 2026 betaal je daar 24,5 procent tot een box 2-inkomen van 68.843 euro en 31 procent over het deel daarboven. In 2025 lag die grens op 67.804 euro. De ingehouden dividendbelasting verrekenen wij in je aangifte, dus de 15 procent is een voorheffing en geen extra last. Wat je uiteindelijk betaalt, is het box 2-tarief.
Heb je een fiscale partner, dan is het box 2-inkomen een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel en mogen jullie het onderling verdelen. Dat is de meest onderbenutte mogelijkheid in dit hele onderwerp, want de eerste schijf is dan twee keer beschikbaar. Het vraagt wel dat je vóór het einde van het jaar weet wat je gaat uitkeren.
Als het geld in de werkmaatschappij zit
Bij een holdingstructuur zit de winst vaak in de werkmaatschappij en wil de dga privé geld ontvangen. Dan zijn er twee uitkeringen en niet één.
De eerste is van de werkmaatschappij naar de holding. Op die uitkering hoeft in de gebruikelijke situatie geen dividendbelasting te worden ingehouden, en bij de holding valt het ontvangen dividend onder de deelnemingsvrijstelling, dus er komt ook geen vennootschapsbelasting over. Dat werkt alleen als het belang groot genoeg is en aan de voorwaarden is voldaan, dus dit is een van de punten waar naar de concrete structuur gekeken moet worden.
De tweede is van de holding naar jou privé. Daar geldt het verhaal uit de vorige paragraaf onverkort, en de twee tests moeten voor de holding apart worden gedaan. De holding heeft namelijk zijn eigen balans en zijn eigen schulden, en een van die schulden is vaak de rekening-courant met jou.
Dat laatste is een valkuil die het vaakst voorkomt. De holding heeft op papier vermogen dat volledig bestaat uit een vordering op de dga. Een dividenduitkering wordt dan afgeboekt op die vordering, dus er stroomt geen geld en er wordt wel dividendbelasting verschuldigd. Dat is toegestaan en het is zelden wat de dga in gedachten had, want de betaling van de dividendbelasting moet dan uit een andere bron komen.
Waarom een lening geen alternatief is
De verleiding is groot om het dividend over te slaan en het geld als lening op te nemen. Dat verschuift het probleem naar 31 december.
Sinds 2023 geldt dat schulden aan je eigen vennootschap boven een grens worden belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Die grens is 500.000 euro vanaf 2024, en in 2023 was hij 700.000 euro. Het toetsmoment is 31 december van het jaar. Alle schulden aan de vennootschap tellen mee, en niet alleen die van jou: ook de schulden van je fiscale partner en van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, zoals een kind. Een eigenwoningschuld telt niet mee, mits er voor die schuld een recht van hypotheek aan de vennootschap is verstrekt. Voor schulden die op 31 december 2022 al bestonden, geldt die voorwaarde niet.
Het bovenmatige deel wordt belast in box 2, en de lening blijft daarna bestaan met alle zakelijke voorwaarden, dus de vennootschap blijft rente in rekening brengen. Je betaalt dan belasting over geld dat je nog steeds moet terugbetalen. Wie in de buurt van die grens komt, moet dus vóór december kiezen, en niet in januari constateren.
Wat wij doen
Wij begeleiden een dividenduitkering als een aparte opdracht, en dat is met een reden. Er hoort een tussentijdse vermogensopstelling bij, een prognose, de balanstest en de uitkeringstest met de uitkomst op papier, het besluit van de algemene vergadering, de goedkeuring van het bestuur, en daarna de aangifte dividendbelasting. Dat is een dossier en geen journaalpost.
Wat wij daarbij standaard nakijken, is de stand van je rekening-courant en de vraag of het loon dat je opneemt in verhouding staat tot wat je uitkeert. Die twee bepalen namelijk of een uitkering verstandig is, en dat is een andere vraag dan of hij mag. Beide vragen komen aan de orde bij het periodiek doorspreken van de cijfers, en dat valt onder fiscaal en financieel advies. Hoe je het loon zelf vaststelt, staat in het stuk over het gebruikelijk loon van de dga.