Naar de inhoud
Mizen +31 85 401 6567

Btw ·

Een fout in je btw-aangifte, en wanneer het een suppletie moet zijn

Welke twee vragen bepalen of een fout in je btw-aangifte in de volgende aangifte mag worden meegenomen of dat er een suppletie moet worden ingediend.

Twee vragen bepalen wat je moet doen. Hoe groot is het bedrag, en over welk jaar gaat het. Alles wat daarna komt volgt uit die twee antwoorden, en er zit één termijn in die begint te lopen op het moment dat je de fout vaststelt en niet op het moment dat je er iets aan doet.

Tot 1.000 euro gaat het mee in je volgende aangifte

Is het bedrag van de correctie 1.000 euro of minder, dan verwerk je het in je eerstvolgende btw-aangifte. Dat werkt in beide richtingen. Heb je 100 euro te weinig voorbelasting opgegeven, dan vul je dat bedrag in de volgende aangifte bij rubriek 5b in. Heb je te weinig btw afgedragen, dan tel je het bedrag op bij de rubriek waar het thuishoort. Er komt geen apart formulier aan te pas en er is ook geen aparte melding nodig.

Twee dingen om vast te leggen. De correctie moet in je administratie herkenbaar blijven, want in de aangifte is hij niet meer als correctie te zien. En het gaat om het bedrag van de correctie per aangifte, niet om het saldo van een reeks aangiften waarin de fouten elkaar opheffen.

Boven 1.000 euro is het een suppletie, en dan loopt er een klok

Boven dat bedrag gebruik je het formulier Suppletie btw in Mijn Belastingdienst Zakelijk. Op dat formulier vul je niet het verschil in maar de bedragen zoals ze in de aangifte hadden moeten staan, en je vult ook de rubrieken in die al goed waren.

De verplichting zelf staat in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 en luidt dat je, zodra je constateert dat een aangifte over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig is gedaan waardoor te veel of te weinig belasting is betaald, alsnog de juiste en volledige gegevens moet verstrekken. Dat moet gebeuren voordat je weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur van de fout weet of zal weten, en niet later dan acht weken nadat je hem hebt geconstateerd. Die termijn van acht weken loopt sinds 1 januari 2025.

Het woord dat hier het werk doet is constateren. De klok begint op de dag dat jij hebt vastgesteld dat er iets niet klopt, dus niet op de dag waarop de fout is gemaakt en niet op de dag waarop je de suppletie verstuurt. In de praktijk is die dag vrijwel altijd terug te vinden, bijvoorbeeld in de grootboekmutatie waarmee een verschil is geboekt of in de mail waarin het is gemeld. Leg daarom vast wanneer je het hebt geconstateerd, want dat is de datum waaraan je je eigen termijn afmeet.

De grens van 1.000 euro staat niet in de wet

Dat is een verschil dat zelden wordt benoemd en dat wel uitmaakt. De wettelijke plicht kent geen ondergrens, dus formeel moet elke onjuistheid worden gemeld. De grens van 1.000 euro is beleid van de Belastingdienst, die het bedrag daaronder in de eerstvolgende aangifte laat verwerken en op een suppletie van 1.000 euro of minder geen vergrijpboete oplegt.

Praktisch betekent dat twee dingen. Wie ver onder de grens blijft en het in de volgende aangifte meeneemt, doet het goed. En wie op een reeks kleine correcties zit die samen ver boven de grens uitkomen, kan zich niet op dat beleid beroepen, want dan gaat het niet meer over een klein bedrag.

Wat het kost als je het laat lopen

Een suppletie waaruit blijkt dat je te weinig hebt afgedragen, levert een naheffingsaanslag op met belastingrente. Voor de omzetbelasting is die rente 5 procent per 1 januari 2026.

De boete hangt aan de meldplicht en niet aan de fout zelf. Artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalt dat het niet nakomen van die meldplicht bij opzet of grove schuld een vergrijp is waarvoor een boete van maximaal 100 procent van het niet-geheven bedrag kan worden opgelegd. De bevoegdheid daarvoor vervalt vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is verleend.

Daar zit de kern van waarom dit onderwerp de moeite is. Een fout in een btw-aangifte is een correctie met rente. Een fout die je hebt gezien en niet hebt gemeld is iets anders, en het verschil tussen die twee is een handeling van tien minuten.

De datum die je moet onthouden voor de rente

Je betaalt geen belastingrente als je de fout in hetzelfde jaar corrigeert, of als je de suppletie indient binnen drie maanden na afloop van het jaar waarop hij betrekking heeft. Voor een correctie over 2026 is dat dus 1 april 2027.

Dat maakt de eerste drie maanden van het jaar het goedkoopste moment om je btw over het vorige jaar na te lopen, en het is precies het moment waarop de meeste ondernemers er niet aan denken omdat de laatste aangifte van het jaar net is verstuurd. Het loont om die controle een vaste plek te geven, en niet te wachten tot het jaarwerk hem alsnog naar boven brengt.

Drie correcties die geen suppletie zijn

Btw op een oninbare vordering. Je vraagt die terug zodra vaststaat dat de vordering oninbaar is, en in ieder geval uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum die je met je klant hebt afgesproken. Is er geen betalingstermijn afgesproken, dan geldt de wettelijke termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur. Je verwerkt dat in de aangifte over het tijdvak waarin die eenjaarstermijn is verstreken, door het btw-bedrag én de omzet bij rubriek 1a of 1b af te trekken. Wordt de factuur later alsnog betaald, dan geef je de btw over het ontvangen deel aan in het tijdvak waarin je de betaling ontvangt. Dit is geen fout in een eerdere aangifte, dus er hoort geen suppletie bij.

De jaarcorrectie voor privégebruik. De correctie voor het privégebruik van een auto of van goederen hoort in de laatste aangifte van het jaar. Dat is een onderdeel van die aangifte en geen correctie op een eerdere.

Een tijdvak dat nog niet is afgesloten. Merk je binnen het tijdvak zelf dat er iets niet goed staat en is de aangifte nog niet verzonden, dan pas je hem gewoon aan. Er is dan niets te melden.

Waar de verschillen in de praktijk vandaan komen

Bij het jaarwerk komt een afwijking tussen de omzet in de administratie en de som van de aangiften bijna altijd uit dezelfde vier hoeken.

  • De afgrenzing rond de jaargrens, dus facturen die in het ene jaar zijn geboekt en in het andere zijn aangegeven.
  • Verlegde btw die als gewone btw is verwerkt, of het omgekeerde.
  • Voorbelasting die is afgetrokken op een factuur die niet aan de eisen voldoet.
  • Een administratie met zowel belaste als vrijgestelde omzet, waarin de voorbelasting niet is gesplitst.

Die laatste komt vooral voor bij organisaties die grotendeels vrijgesteld werken en er één belaste activiteit bij hebben, wat in de zorg de normale situatie is en waarover meer staat in het stuk over het jaar van een zorgonderneming met een bv.

Wat er na een suppletie komt, is een naheffingsaanslag of een teruggaafbeschikking. Dat is het stuk met een dagtekening en een bezwaartermijn, en dus het stuk dat je moet nakijken. Wij sluiten de omzet in de administratie elk kwartaal aan op de aangifte voordat die de deur uit gaat, en wat we daarbij langslopen staat op de pagina over de btw-aangifte. Komt er bij een overstap of bij het jaarwerk alsnog een verschil boven over een eerder jaar, dan bepalen we eerst de datum waarop het is geconstateerd en daarna de route.